LOB-onderzoeksbank

Expertisepunt LOB
< overzicht

A Head Start into Higher Education

Sanne G. A. van Herpen (EUR, 2019)

Een succesvolle overgang naar het hoger onderwijs hangt minder af van motivatie vooraf en meer van wat studenten doen en ervaren in de eerste fase na instroom.

____________________________

Het onderzoek laat zien dat de overgang naar het hoger onderwijs een proces is waarin studenten zich moeten aanpassen aan nieuwe eisen en een andere leeromgeving. Factoren zoals studie-inzet, sociale interactie en het gevoel ergens bij te horen blijken bepalend voor succes in het eerste jaar. Verwachtingen en zelfvertrouwen veranderen vaak zodra studenten starten en worden beïnvloed door hun ervaringen. Gerichte ondersteuning, vooral in de beginfase, helpt studenten om actiever te studeren en beter hun plek te vinden binnen de opleiding.

____________________________

Samenvatting van het onderzoek

Dit proefschrift onderzoekt hoe studenten beter ondersteund kunnen worden bij de overgang van het voortgezet onderwijs naar het hoger onderwijs (HO), een fase waarin veel studenten moeite hebben en relatief vaak uitvallen in het eerste jaar. De overgang wordt beschreven als een proces met meerdere fasen: voorbereiding (studiekeuze en afronden van het vo), kennismaking (eerste ervaringen in het HO) en aanpassing (leren omgaan met de nieuwe eisen en omgeving). In deze fasen krijgen studenten te maken met belangrijke uitdagingen, zoals het kiezen van een passende opleiding, het opbouwen van sociale relaties en het ontwikkelen van vertrouwen in hun eigen kunnen. 

Uit het onderzoek blijkt dat factoren die vóór de start van de studie spelen, zoals studiekeuzemotieven en het geloof in eigen kunnen, nauwelijks voorspellen hoe succesvol studenten daadwerkelijk zijn in hun eerste studiejaar. Deze motivatie en verwachtingen veranderen vaak zodra studenten starten, doordat zij nieuwe ervaringen opdoen en geconfronteerd worden met andere eisen. Factoren tijdens de overgang zelf blijken belangrijker: studie-inzet, sociale interactie (met medestudenten en docenten) en het gevoel ergens bij te horen spelen een cruciale rol in het studiesucces van eerstejaarsstudenten.

Een belangrijk inzicht is dat studie-inzet (hoeveel moeite studenten doen voor hun studie) een sterke indicator is voor succes, vooral wanneer die inzet al zichtbaar is in het laatste jaar van het voortgezet onderwijs. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat de relatie tussen inzet en prestaties in het begin niet altijd eenvoudig is: sommige studenten halen met relatief weinig inzet toch voldoende resultaten, terwijl anderen ondanks veel inzet moeite hebben met de overgang. Dit wijst erop dat niet alleen de hoeveelheid inzet, maar ook de kwaliteit ervan (bijvoorbeeld leerstrategieën) belangrijk is.

Daarnaast blijkt dat het geloof in eigen kunnen (self-efficacy) tijdens de overgang dynamisch verandert. Studenten starten vaak zelfverzekerd, maar dit vertrouwen neemt af wanneer zij tegenvallende resultaten behalen. Het geloof in eigen kunnen lijkt daardoor eerder een gevolg van ervaringen in het hoger onderwijs dan een voorspeller van succes.

Het proefschrift laat ook zien dat gerichte ondersteuning vóór de start van de studie effectief kan zijn. Het zogenoemde pre-academic programme – een interventie vlak vóór de start – helpt studenten om beter contact te leggen met docenten en medestudenten, actiever deel te nemen en hun studiegedrag aan te passen. Studenten die hieraan deelnamen, rapporteerden betere interacties en behaalden betere studieresultaten dan studenten die niet deelnamen. Dit onderstreept het belang van voorbereiding op de sociale en studievaardigheden die nodig zijn in het HO. 

De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat een succesvolle overgang naar het hoger onderwijs niet zozeer afhankelijk is van motivatie vooraf, maar vooral van wat er gebeurt tijdens de eerste fase na instroom. Ondersteuning moet zich daarom richten op het versterken van studie-inzet, het bevorderen van sociale interactie en het bieden van tijdige feedback. Door studenten actief te begeleiden in deze eerste periode, kunnen instellingen de kans op studiesucces aanzienlijk vergroten.

Wat kun je uit het onderzoek meenemen naar de LOB-praktijk? 

Gezien de uitdagende overstap van de middelbare school naar de universiteit is in dit proefschrift bestudeerd hoe studenten kunnen worden gesteund om academisch succesvol te zijn in het eerste jaar op de universiteit. Een belangrijk resultaat is dat de overgang van voortgezet onderwijs naar universiteit op verschillende manieren door studenten wordt ervaren. Studenten konden worden geprofileerd als Active Gliders, Passive Gliders, Passive Low Performers en Negative Strugglers, op basis van hun inzet om te leren, geloof in eigen kunnen en behaalde prestaties.  

Deze profielen geven aan dat ondersteuning op maat tijdens de transitie mogelijk het meest effectief is om het studiesucces van eerstejaarsstudenten te verbeteren. Daarnaast laat dit proefschrift zien dat de studie-inzet van studenten een belangrijke rol speelt tijdens de overstap naar de universiteit. De mate van inzet op de middelbare school bepaalt in welke mate studenten zich inzetten tijdens de eerste maanden op de universiteit. De studie-inzet lijkt te kunnen worden beïnvloed met een preacademic programme interventie dat erop is gericht studenten een vliegende start te geven aan de universiteit. Verder kan het pre-academic programme de kwaliteit van het contact dat studenten hebben met medestudenten en docenten verbeteren en hun studieprestaties verhogen. Tot slot geven de resultaten in dit proefschrift aan dat studenten verschillende redenen hebben om naar de universiteit te gaan (zoals loopbaanperspectief of voor persoonlijke ontwikkeling), maar dat deze redenen in het eerste jaar geen invloed lijken te hebben op hun academische succes. De onderwijspraktijk dient hier rekening mee te houden bij het ondersteunen van het studiekeuzeproces van aanstaande studenten.